Op deze pagina volgt een verslag van de Transalpine-Run door twee Nederlandse teams. Het eerste Nederlandse team loopt mee onder de naam 'alpinrunner.ch 6' en bestaat uit Anita Vlasveld en Willem de Vos. Het tweede team is 'alpinrunner.ch 9' en wordt gevormd door Dolf Bartels en Ron van Weezep.
Deze achtdaagse loop start op zaterdag 5 september en omstreeks deze datum zal (afhankelijk van een internetverbinding onderweg) het verslag starten.
Zie voor foto's en video's de pagina Foto's en video's
Geplaats op 15 september 2009 door Ron van Weezep
De Transalpine-Run
Een bergloop door vier landen
De Transalpine-Run is een bergloop waar je 'U' tegen zegt. In acht dagen rennen en lopen 250 teams, bestaande uit twee personen, van het Zuid-Duitse Oberstdorf naar het Noord-Italiaanse Latsch. Iedere dag gaat het over bergen en door dalen, langs steile berghellingen en over ruige bergpaden, over sneeuw- en ijsvelden. Gevaarlijke passages zijn gezekerd met touwen of staalkabels. Met een te lopen afstand van 230 kilometer met in totaal circa 15.000 meter klimmen en ook weer afdalen is het een ware uitputtingsslag, zeker als je uit het vlakke Nederland komt.
Dolf en ik hebben hier maanden voor getraind, maar trainen voor een bergloop in een land zonder bergen is net zoiets als een poolhond klaarstomen voor de Noordpool in de Sahara. We doen veel duurwerk, rennen over bruggen en heuvels, trainen op de Posbank en in de buurt van Nijmegen. We moeten het er maar mee doen.
Zoals ieder jaar melden we ons bij de Alpinrunners in het Zwitserse Chur voor de driedaagse Erlebnislauf. Deze bergloop, hoewel bescheiden van opzet, is min of meer een mini-uitvoering van de Transalpine-Run en zien we dit jaar dan ook als training. Twee weken later start de Transalpine-Run en we lopen mee als een van de tien teams van de Alpinrunners. Net als Willem de Vos en Anita Vlasveld, die we hebben leren kennen door de Erlebnislauf. Met hen hebben we in Nederland ook gezamenlijke trainingen gedaan. Ria vindt de Erlebnislauf zwaar genoeg en bedankt voor de Transalpine-Run.Even lijkt het erop dat we de Transalpine-Run af moeten zeggen wegens een blessure. Zowel Anita, Willem en ik raken tijdens de Erlebnislauf geblesseerd, wonder boven wonder kunnen we toch starten voor de Transalpine-Run.
Marco en Thomas, de drijvende krachten achter de Alpinrunners, hebben de zalen ook nu weer prima voor elkaar. Als we van de faciliteiten van de Transalpine-Run gebruik zouden maken, dan slapen we in sporthallen. Nu slapen we in hotels en hebben onze eigen masseurs.
Uit veiligheidsoverwegingen lopen we niet alleen in teamverband, maar hebben ook een EHBO-setje, warme- en regenkleding, eten en water bij ons.
Als Nederlanders kennen we onze beperkingen en starten iedere dag in de achterste gelederen. Op vlakke delen kunnen we aardig meekomen, maar zodra we gaan klimmen verliezen we terrein. Afdalen gaat goed en dan halen we vaak andere teams in. Het is dan wel oppassen geblazen, want een misstap is gauw gemaakt, vaak met vervelende gevolgen. Iedere dag zien we meer deelnemers met verband of sporttape lopen. Ook slaat de vermoeidheid toe. Van de 250 teams gooien er ongeveer 50 om een of andere reden het bijltje bij neer.
Hoewel het een wedstrijd is kunnen we misschien maar 20% van het parcours hardlopen. De andere delen zijn of te steil of te gevaarlijk. Hoe de snellere lopers in staat zijn een dagetappe tweeënhalf keer zo snel af te leggen als wij is ons een raadsel. Ze huppelen tegen de bergen omhoog of het geen moeite kost. Dat zien we althans op de video, want tijdens de loop zijn ze ver vooruit. Gevaarlijke passages, waar wij met handen en voeten overheen gaan, moeten zij ook met gemak kunnen nemen. Vooral de tweede dag krijgen we een gevaarlijke passage. Via een steile puinhelling gaan we omhoog waar we uiteindelijk op een verijsde sneeuwhelling terechtkomen. Hier moeten we niet uitglijden, want dan gaan we tientallen meters naar beneden. Ik ben blij dat ik met stokken loop, want zo heb ik meer grip. Dertig meter voor me zie ik Dolf in een vreemde houding op de gladde helling liggen. Ik denk dat hij zich geblesseerd heeft en loop naar hem toe. Het blijkt dat hij uitgegleden is en moeilijk weer overeind kan komen zonder het risico om verder weg te glijden. Dankzij mijn stokken kan ik hem aan de dalkant zekeren en komt hij weer overeind. Toch blijft het gevaarlijk tot we de helling achter ons hebben en op de top van de Rüfikopf (2.350 meter) staan. Dit stuk is eigenlijk niet verantwoord om 500 mensen overheen te laten gaan. We genieten van het schitterende uitzicht en laten ons via touwen naar beneden zakken. Het handigste is om met je gezicht naar de wand als het ware naar beneden te lopen, maar niet iedereen beheerst deze techniek.
Verschillende dagen vliegt er een helikopter over het parcours. Bij de start klinkt dan iet alleen de gebruikelijke klanken van 'Keep on running' en 'Highway to hell', maar ook het doordringende geluid van de helikopter. De helikopter heeft ook de gewoonte om tijdens de loop plotseling uit het niets tevoorschijn te komen. Dat gebeurt ook als we via touwen omhoog moeten klimmen en de helikopter bij ons in de buurt hangt. Later blijkt dat er vanuit de helikopter mooie foto's van ons zijn gemaakt. Een ander hoogtepunt is het pad door de Uinaschlucht en ook hier neemt de helikopter bij ons een kijkje. Diep beneden ons stroomt een waterval, het pad is uitgehouwen in de grijze rotsen en voert verschillende malen door tunnels. De uitzichten zijn schitterend en het valt niet om geconcentreerd te blijven op het smalle pad. Inhalen is hier niet toegestaan, daar is het pad te smal voor. Eén misstap en je gaat de diepte in.
Ik heb iedere dag een fotocamera bij me en schiet enkele honderden foto's. Een bijzonder moment is dat een grote gemsbok boven op de rand van een berg staat, zijn silhouet steekt scherp af tegen de blauwe lucht. Tegen de tijd dat ik een foto maak steken alleen zijn hoorns nog boven de berg uit. Plannen om ook een videocamera mee te nemen heb ik al gauw laten schieten, zonder videocamera is het al zwaar genoeg. Fotografen staan vaak op strategische plekken om mooie plaatjes te schieten. Niet alleen op de traditionele wijze, maar ook met camera's met een bewegingsmelder. Zo kan het gebeuren dat we plotseling geflitst worden door een camera zonder dat er een fotograaf te zien is.
De organisatie is erg professioneel. Waar mogelijk rijden 'resque-teams' op terreinmotoren. Bij de verzorgingsposten is een dokter aanwezig en onderweg staan op verschillende punten mensen van de bergreddingsdienst paraat.
Op de verzorgingsposten kunnen we water, sportdrank, gel, energierepen, cake, bouillon, banaan, meloen, sinaasappel enzovoort krijgen. Na de finish kunnen we een biertje halen met zoutjes. Vaak ook diverse streekproducten zoals kaas en worstjes, soms ook lekkere cake.
Iedere avond is er een pastaparty in een grote tent of sporthal. We moeten dan in de rij staan en schuifelen voetje voor voetje naar de tafels waar het eten staat. Daarna volgt hetzelfde ritueel voor het toetje. Na de eerste avond houden we dat voor gezien en gaan in het vervolg in een restaurant eten.
Acht dagen Transalpine-Run is een behoorlijke lichamelijke belasting. Bij mij begint de derde dag de vermoeidheid toe te slaan. Ik laat me masseren en besluit vanaf nu vroeger naar bed te gaan en meer rust te nemen. Dat helpt gelukkig.
Willem voelt zich op een ochtend niet goed worden en gaat niet van start. De dokter constateert een te hoge bloeddruk. De volgende dagen gaat het gelukkig weer goed en loopt hij weer gewoon mee. Omdat hij een dag heeft overgeslagen ligt hij wel uit de 'race'.
Dolf loopt de hele Transalpine-Run beter dan ik. Op de vlakke delen en tijdens het klimmen is hij sneller dan ik. Gelukkig kan ik wel in mijn eigen tempo door blijven gaan zonder af en toe te moeten rusten. De duurtrainingen zijn niet voor niets geweest. Anita en Willem zijn ook sneller, bij afdalingen zijn wij weer sneller. Niet dat dit belangrijk is, ons doel is de Transalpine-Run te volbrengen.
De vijfde dag is met een bergsprint een welkome onderbreking. Over een afstand van 6,19 kilometer moeten we een hoogteverschil van 936 meter overbruggen. Na 1:20 uur zijn Dolf en ik boven en de rest van de dag is rustdag.
Op de zevende dag gaan we over de hoogste top, de Rappenscharte (3.012 meter). Tot gistermiddag hebben we ieder dag schitterend weer gehad met een vrijwel onbewolkte hemel. Daarna werd het bewolkter. Nu begint het tijdens de klim licht te regenen en zelfs wat te sneeuwen. Op de top is het koud en er staat een gure wind. Vanaf de top roept Dolf me toe dat hij doorloopt naar een beschutte plek om wat warme kleren aan te doen. Na wat foto's te hebben gemaakt ga ik ook gauw naar beneden. Dolf verdwijnt steeds meer uit zicht omdat ik steeds langzamer moet lopen vanwege pijn in mijn linkerkuit. Bij een verzorgingspost laat ik er door een dokter naar kijken. De pijn is het gevolg van overbelaste spieren en daar kan hij ook weinig aan doen. Hij adviseert me naar de finish te wandelen en vanavond een warm bad en een massage te nemen. Zo wandelen we in bijna twee uur gezamenlijk met Harry en Vivian naar Schlanders, het eindpunt voor vandaag.
De laatste dag is met 28 kilometer en 1870 hoogtemeters en 1894 meter afdaling minder zwaar dan andere dagen. Dat neemt niet weg dat er nog aardig wat klimwerk gedaan moet worden. We moeten constant klimmen tot de top van de Göflaner Scharte (2.396 meter) en dan volgt er een constante afdaling van 12 kilometer naar een hoogte van 850 meter. Afdalen vind ik altijd leuk en al gauw hebben we een aardige snelheid en halen het ene na het andere team in. Na verloop van tijd moeten we ons tempo laten zakken, want onze benen beginnen te protesteren. We willen ook niet risico lopen om de laatste uren nog een blessure op te lopen. Na de laatste verzorgingspost van deze Transalpine-Run moeten we nog 14,2 kilometer met 30 hoogtemeters, verder is het alleen maar naar beneden naar Latsch (640 meter). Tot onze verbazing worden we ingehaald door Anita en Willem. Gezamenlijk gaan we verder over een breed pad. Door de droogte van de laatste tijd moeten we flink stofhappen. De weg gaat over in smal pad dat een kronkelig riviertje volgt en het ergste is dat er ook nog wat klimmetjes inzitten. Willem vraagt aan me hoe het met mijn kuit gaat en ettelijke seconden later lig ik op de grond. Even uit je concentratie en voor je het weet lig je. Even later ga ik nog een keer. Gelukkig lopen beide valpartijen goed af.
Aan de laatste kilometers lijkt geen eind te komen. Het gaat maar omhoog en omlaag. Iemand zegt dat we nog anderhalve kilometer moeten, een ander heeft het over twintig minuten. We lopen tussen appelboomgaarden door en ik kan het niet laten een appel te plukken. Dat smaakt heerlijk fris. We komen bij een kraampje met flessen sekt. We krijgen allemaal een bekertje, het smaakt lekker. Jeroen staat ons op te wachten en maakt wat foto's. Een bordje geeft aan dat we nog een kilometer moeten. We lopen Latsch binnen. Een keer rechtsaf, dan linksaf en dan eindelijk.................de finish! Veel Alpinrunners en ander publiek staan ons juichend op te wachten. Met z'n vieren komen we hand in hand over de finish. Het is gelukt, we hebben de Transalpine-Run volbracht! Van alle kanten worden we gefeliciteerd, we krijgen bier in onze handen gedrukt en er worden foto's gemaakt. Anita houdt het niet droog. Ze heeft een fantastische prestatie geleverd. Twee jaar geleden is ze pas met lopen begonnen.
Na de pastaparty volgt er een eindeloze reeks huldigingen. Ik kan er al gauw geen touw meer aan vastknopen. De geluidsinstallatie staat veel te hard. We wachten en wachten tot de oorkondes en finishersshirts worden uitgereikt met daarop de tekst: GORE-TEX TRANSALPINE-RUN, FINISHER 2009, 4 COUNTRIES, 8 DAYS, 230 KM / 1500 HM, OBERSTDORF(D) TO LATSCH (I)
Verslag van Anita. Geplaatst op 9 september 2009
Lieve vrienden en vriendinnen,
Hier dan een eerste berichtje van mij (Anita) over de transalpine tocht op de website van Holland Alpinrunners. Zoals jullie weten doe ik aan de Transalpine-Run mee, samen met Willem, Dolf en Ron. Deze 8-daagse tocht door de alpen, vertrekt vanaf Oberstdorf (Duitsland) en komt uiteindelijk aan in Lech in Italie. Mijn plan was, voor ik aan de transalpine run begon, om elke dag, of minstens één keer per 2 dagen, verslag te doen van de hoogtepunten van de dag. Echter die hoogtepunten lagen iedere dag zo hoog en ver, dat wij pas aan het eind van de dag op de plaats van bestemming arriveerden. En dan wel volledig uitgeput! Alleen nog in staat een (alcoholvrij) biertje te nuttigen, ons naar het hotel te begeven, te douchen, eten en vervolgens vroeg op één oor. Inmiddels hebben we er 4 lange dagtochten op zitten. Vandaag is het rustdag met ' slechts ' een bergsprint van 6 km. Die is inmiddels achter de rug, vandaar deze middag eindelijk even tijd en wat rust om achter de pc te schrijven.
Waar te beginnen, nu er 5 van de 8 trajecten gelopen zijn? Wat is het eerste wat ik hierover kwijt wil? Nu, tijdens deze 5 trajecten hebben we wel 146 km gelopen en 10.000 hoogtemeters overbrugd! Dat klinkt veel en is ook veel. Het zijn prachtige, én superzware tochten. Elke dag heb ik me nog afgevraagd of ik dat de volgende dag ook nog wel vol kon volhouden. Het is verbazingwekkend wat een lichaam aan kan, en gelukkig is het me tot zover nog gelukt! En uiteraard met behulp van de morele steun van de mannen om mij heen, en Vivianne en Harrie, 2 andere Nederlanders, die we hebben ontmoet en die ook meelopen. We lopen allemaal ongeveer in hetzelfde tempo, en hebben zo al heel wat uurtjes met elkaar doorgebracht. Ook ' s avond bij het bier en eten trouwens.
We beklimmen alle dagen één of twee toppen, dus heel wat meters stijgen en weer dalen. Dit betekent tot nu toe dat we toch het merendeel van de afstand, 60-70% (snel)wandelend afleggen en de rest hardlopend. Uiteraard voor de wedstrijddeelnemers, de snelle mannen en vrouwen, ligt het percentage hardlopen hoger, maar dat is voor ons , de recreatieve deelnemers, te hoog gegrepen. De snelle jongens lopen de afstand overigens gemiddeld 2,5 keer zo snel als wij.
Het beklimmen van toppen houdt wel in dat we iedere dag worden getrakteerd op heel mooie vergezichten. We hebben het geluk dat het tot nu toe het alle dagen alleen maar zonnig weer is geweest. En de voorspellingen voor de rest van week zijn ook erg goed. Ik moet er niet aan denken deze tochten in de regen en sneeuw te hebben moeten lopen.
De tochten beginnen en eindigen meestal op een stukje asvaltweg, maar het grootste deel gaat over weiland, bosgrond, steen, rots, gruis, modder enz. Alsmaar ongelijkmatig terrein met afwisselende ondergrond. Dit betekent dat je continu, 8 à 9 uren, want zolang doen wij erover, je aandacht geconcentreerd op het pad moet houden. Een kleine onoplettendheid kan resulteren in een val, verzwikte enkel, open, gekneusde en/of gebroken ledematen enz. Dat hebben we al veel om ons heen gezien.
Wijzelf zijn nog (ik moet het afkloppen) redelijk verschoond gebleven van echte blessures. Willem en ik hadden 2 weken geleden allebei onze enkel verzwikt. Die zijn in de periode van 2 weken tot de transalpine run zodanig hersteld, dat we er alle dagen van de run zonder veel problemen mee hebben gelopen. Wat mijzself betreft heb ik nog 2 zere grote tenen. En uiteraard veel spierpijn in de bovenbenen van het afdalen, maar het begint al te minderen. Willem heeft de 2e dag niet meegedaan omdat hij zich niet lekker voelde, hij bleek te hoge bloeddruk te hebben. Vanaf de 3e dag was dat al weer ten goede gekeerd, en kon hij weer gewoon meedoen. Ron en Dolf lopen van het begin als een trein, en hopen dat tot het einde zo vol te houden!
Tot zover vanuit Scuol in Zwitserland. De computer in het hotel geef ik nu over aan andere lopers, die ook het thuisfront willen informeren, wij gaan ons voorbereiden op de volgende 37 km van morgen.
Verslag van Ron. Geplaatst op 9 september 2009
Voor de start van de Transalpine-Run in Oberstdorf schalt 'Keep on running' en 'Highway to hell' door de luidsprekers. De zon schijnt uitbundig en zal ook de komende dagen van de partij zijn. 250 Teams bestaande uit ieder twee personen zetten zich in beweging en de Transalpine-Run 2009 is een feit. Verbaasde marktkooplui kijken ons vanachter hun kramen na. Toeschouwers in de straten van Oberstdorf applaudisseren. De lopers zijn er in alle variateiten; stokken steken als antennes uit rugzakken. Een loper sleept een andere loper met een touw voort. Het is een journalist voor een Spaanse krant, op eigen kracht zou hij nooit verslag kunnen doen. Ik heb moeite Anita, Willem en Dolf bij te houden Tijdens de Erlebnislauf twee weken geleden heb ik mijn enkel geblesseerd en daardoor vrijwel na die tijd niet meer getraind. Het belangrijkste is dat ik geen last meer van mijn enkel heb. De route vandaag is 35 kilometer lang met een stijging van 2543 meter en een totale afdaling van 1915 meter. We kunnen alleen hardlopen op vlakke stukken waar we naar beneden gaan. Zodra we klimmen moeten we wandelen, de meeste andere deelnemers kunnen langer blijven 'hardlopen'. Als deelnemers uit het vlakke Nederland hebben we nou eenmaal niet de ideale traningsmogelijkheden voor een bergloop. We lopen dan ook helemaal achteraan, achter ons worden de parcoursmarkeringen weggehaald. Bij afdalingen kunnen Dolf en ik iets van onze achterstand inlopen. Niet iedere loper durft snel af te dalen. Ik heb veel pezier van mijn stokken. Het ontlast mijn knieen en ik kan me beter in balans houden. De paden variëren van asfaltwegen (weinig) tot bergpaden bezaaid met stenen. De gevaarlijkste paden zijn die over puinhellingen gaan. Je hebt daar heel weinig grip en uitglijden ligt op de loer. De routes per dag staan keurig weergegeven in een hoogteprofiel, maar in de praktijk kunnen we dit maar moeilijk herleiden. Na de nodige klimmen en dalen, ploeteren door vette klei, oversteken van riviertjes en balanceren over rotsblokken, komen we na 7:45 uur aan in het Oostenrijkse Lech op 1.441 meter. Het was een zware dag.
De tweede dag gaan we vanuit het mooie verzorgde plaatsje Lech vrijwel direct omhoog en staan meteen in een lopersfile. Het pad is veel te smal voor zoveel mensen. Willem ontbreekt vandaag. Vanochtend voelde hij zich niet goed en is daarom niet gestart. We gaan constant omhoog tot we op de top van de Rufikopf zijn. De volgende verzorgingspost ligt 12 kilometer enn 1000 hoogtemeters verder. Het pad wordt steeds ruiger en we naderen een besneeuwde berg waar een lang lint van lopers tegenop klauteren naar de Vallugagrat op 2.750 meter. Het is een gevaarlijke klim over een verijsde berghelling. Hier moet je niet uitglijden, want dan ga je wel tientallen meters naar beneden. Dolf glijdt uit en ligt in een wat vreemde positie op de helling en durft niet op te staan omdat hij bang is naar beneden te gliden. Met mijn stokken kan ik hem houvast geven en kan zo weer opstaan. Na deze spannende klim worden we zoals gewoonlijk beloond met een schitterend uitzicht over met poedersneeuw bedekte bergtoppen. De afdaling bezorgt een aantal mensen een behoorlijke schrik omdat we langs een touw naar beneden moeten. Na de laatste verzorgingspost is het nog zeven kilometer afdalen naar St. Anton op 1.286 meter.
Mijn bovenbenen zijn gevoelig door de afdalingen van de vorige dagen. Willem mag van de dokter starten en loopt dus weer mee. Ik voel me moe en het lopen gaat moeizaam en loop al gauw helemaal achteraan met 'achterlopers' bij me die links en rechts de markeringen opruimen. Willem en Anita lopen ver vooruit. We halen een Australier in die knieproblemen heeft en even later uitstapt. De omgeving is weer erg mooi, evenals de omgeving.
Wordt vervolgd.
Op de pagina met foto's en video's vinden jullie een selectie van foto's van de eerste dag. De andere dagen volgen z.s.m.